RIJEXAMENTIPS-MOTORSCOOTER


ALGEMEEN:

 

Veilig motorscooter-rijden betekent in de praktijk “juist niet tuttig” rijden.

 

Zorg er voor dat je spiegels goed staan afgesteld. Het lijkt anders voor de examinator, die achter jou aan rijdt, of jij niet in de gaten hebt dat de spiegels verkeerd afgesteld staan.

 

Zorg dat je spiegels symmetrisch staan afgesteld. Dat betekent dat je met een minimale beweging van je hoofd in de spiegels kan kijken. Zorg dat de horizon in het midden staat van de spiegel. Zo kan je een brug op- en afrijdend goed in je spiegels zien wat er achter je aan rijdt. Zorg dat je in beide spiegels net een arm in de spiegel zichtbaar is. Dan kan je makkelijker afstanden inschatten. Zorg dat de spiegels naar links en rechts op dezelfde manier staan om zoveel mogelijk verkeer links en rechts van jou te kunnen zien zodat je goed zicht hebben om van rijstrook te wisselen.

 

De examinator achter je volgt jou met een auto. Maar jij rijdt motorscooter! Dus gedraag je en rij als een motorscooterrijder. Zoek de ruimte. Gebruik de wendbaarheid en acceleratie van de motorscooter om je kwetsbaarheid op te lossen.

 

Zorg dat je op je motorscooter-rijexamen alleen bezig bent met lekker motorscooter-rijden en veiligheid. Dus niet denken wat de examinator denkt. Alleen maar met het rijden bezig zijn. Vergeet dat zij achter jou rijden. Maak je niet druk. Je kan toch rijden! Geniet van je motorscooter-ritje.

 

Je rijdt met beide handen aan de handvaten. Niet met je vingers op de handels maar aan de handvaten! Denk er tijdens het lessen echt aan. Alleen bij remmen mag je pas de vingers op de remhandels hebben.

 

Houd de snelheid zoveel mogelijk constant bij rechtdoor rijden. Je bent als motorscooter-rijder erg smal. Ze kijken makkelijk langs je heen. Ze zien je niet. Daarom is met een constante snelheid rijden veel veiliger dan met wisselende snelheiden rijden.

 

Durf te toeteren op je rijexamen. Bijvoorbeeld als er plotseling een auto voor je uit een parkeervak weg wil rijden die jou niet zag.. Zien ze je niet? Ze kunnen je wel horen! Better save than sorry.

 

Onder het rijden niet wiebelen. Niet in bochten, niet bij het wegrijden, niet bij het afremmen.

 

Zorg dat je regelmatig in je spiegels kijkt. Zo zorg je voor een "3 dimensioneel beeld”. Weten wat er om je heen gebeurt zijn de eerste 2 dimensies. Het is de bedoeling dat je zelf de 3e dimensie ontwikkelt: weten wat er gaat gebeuren (in de tijd) en daar al naar gaan handelen voordat het gaat gebeuren.

 

 

BIJZONDERE VERRICHTINGEN (AVB):

 

Ken al de toespraak van de examinator.

 

Weet wat je mee moet nemen op het praktijkexamen, het staat op je oproepkaart van je rijexamen.

 

Leer ook de bijzondere verrichtingen uit je hoofd.

 

Zorg dat je voldoende rijlessen hebt gehad voordat je het 2e praktijkexamen AVD gaat doen. Op het eerste examen (voertuigbeheersing) konden ze al zien dat je kan remmen en uitwijken. Maar bij het tweede motorscooter-rijexamen gaat het er om of je vloeiend kan rijden in modern verkeer, dat je gevaren tijdig weet te herkennen en op te lossen doordat je de voordelen van de motorscooter weet te benutten om de nadelen van het motorscooter-rijden, kwetsbaarheid en niet goed zichtbaar, weet te elimineren. Dit noemen wij motorscooter-rij-IQ.

 

Het eerste motorscooter-examen, bijzondere verrichtingen (AVB), is makkelijk. Wat remmen, sturen, bochtjes maken. Het tweede examen, verkeersdeelneming (AVD) is veel lastiger. Je moet een helikopter blik hebben om het verkeer om je heen te kunnen voorspellen. 

 

Zorg dat je de bijzondere verrichtingen goed kan voordat je een examendatum boekt. Ga nog eerst lekker examenroutes rijden in wisselende weer- en verkeersomstandigheden voordat je het eerste rijexamen "voertuigbeheersing" doet . Doe rijervaring op zodat je de motorscooter makkelijker en beter beheerst tijdens het AVB-examen. 

Je kan de examenroutes hier bestuderen.

 

 

VERKEERSDEELNEMING (AVD):

 

Bestudeer de toespraak van de examinator.

 

Zorg dat je de controle vragen van de motorscooter goed hebt geleerd.

 

Het rijexamen verkeersdeelneming is lastiger dan de bijzondere verrichtingen omdat je een veilige positie op de weg moet hebben en behouden met vlot rijden en adequaat reageren op toekomstige verkeerssituaties bij verschillende weersomstandigheden. (Holla)

 

Zorg dat je voldoende rijervaring hebt in verschillende weer- en verkeersomstandigheden voordat je het praktijkexamen verkeersdeelneming boekt. De examinator is ook een motorliefhebber. En wil zien dat je alle facetten van het motorscooter-rijden onder verschillende omstandigheden beheerst. 

 

Zorg dat je eerst op niveau bent met motorscooter-rijden onder wisselende verkeerssituaties en weersomstandigheden. Doe dan pas rijexamen. Dit is de methode “naar een examendatum toe werken”. Een examendatum boeken en dan gaan lessen werkt bij niemand.

 

Met de motorscooter zoveel mogelijk ruimte om je heen creëren voor de veiligheid. Met andere woorden: niets voor je, niets achter je en niets naast je.

 

Zorg dat je gewend bent om 200 meter alles om je heen in de gaten te hebben. Jij moet kunnen voorspellen wat er gaat gebeuren en daar al op anticiperen. Omdat jij moet zorgen voor je eigen veiligheid. Dus ook echt het verkeer dat jou van achteren nadert in de gaten hebben. 

 

Zorg dat er niemand achter je zit, niemand naast je rijdt en veel ruimte voor je is (3 rij-seconden). Kan je dat niet, dan kan je niet vooruit denken en handelen. Dus heb je onvoldoende rijervaring.

 

Verkeersinzicht heb je of je moet het zelf ontwikkelen tijdens het lessen. Hard rijden en veel in spiegels kijken is iets anders.

 

Een verkeerssituatie los je niet op met blijven kijken wat er gaat gebeuren. Een te verwachten verkeerssituatie moet je vroeg herkennen en gelijk op reageren voordat er iets gebeurd. 

 

Makkelijk motorscooter-rijden rijden betekent nog niet dat je verkeersinzicht hebt.

 

Overtuig je zelf heel vroeg met kijken dat je kan afslaan. Vlak voor de bocht nog even kijken heeft geen zin. Als je goed gekeken hebt, hoeft het niet vlak voor de bocht te kijken. en kan je de bocht mooi vloeiend maken.

 

Als het kan accelereer je een bocht uit. Doordat je gas geeft ga je harder rijden en maak je een veilige afstand met het verkeer achter jou.

 

Kijk ver vooruit waar je heen wilt, kan en mag. Ook in een bocht. Zo slinger je niet en maak je mooie rustige bochten. 

 

 

PLAATS OP DE WEG:

 

In de bocht pas sturen. Niet voor de bocht. Dus geen bochten afsnijden in de stad. 

 

In een bocht blijf je in de zelfde rijstrook. Je wisselt pas van rijstrook als je rechtuit rijdt. Dan pas heb je goed zicht.

 

Na het afslaan gelijk in de rijstrook voor rechtdoor uitkomen.

 

En als je rijdt, laat je niet insluiten door verkeer voor en achter jou. Dus het minste wat je kan doen is echt afstand houden. Zo houd je voldoende ruimte  om je heen en dat is veilig rijden.

 

Zorg voor voldoende afstand om je heen. Ook als je stilstaat in het verkeer.

 

Zorg dat als je stilstaat achter een ander voertuig dat je dan voldoende ruimte hebt om, indien nodig, gelijk weg te kunnen rijden mocht er iets mis gaan.

 

Vermijd dat je over een naad in het asfalt rijdt.

 

Vermijd dat je over witte vlakken, bijvoorbeeld van een voetgangersoversteekplaats of pijlen op de weg, rijdt.

 

Als je bij linksaf slaan op een kruising moet stoppen, blijf in het midden van je rijstrook staan. Dat is de veiligste plek op de weg.

 

Zorg dat je bij het afslaan naar links of rechts niet gaat voorsorteren. Blijf in het midden rijden van je rijstrook. Voorkom dat anderen jou gaan passeren op dezelfde rijstrook.

 

Wil je uitvoegen op de snelweg, rij dan ongeveer 600 meter voor de afrit in de rechter rijstrook. Geef 300 meter voor de afrit richting aan.

En gebruik gelijk de uitrijstrook zonder snelheid te verminderen. Zo laat je geen onnodig gat vallen zodat een auto naast jou kan komen rijden. Aan het einde van de uitrijstrook kan je veilig in het rechte gedeelte remmen.

 

Wil je linksaf op een rotonde met twee rijstroken dan neem je bij het naderen de linker rijstrook. Wil je rechtdoor of rechtsaf dan neem je de rechter rijstrook.

 

Zorg dat je niet op een asfaltnaad blijft rijden.

 

Als je achter een vrachtauto of bus rijdt, je veel meer afstand houdt, omdat je veel minder kan waarnemen dan wanneer je achter een auto rijdt. Het stinkt ook minder. Je leeft ook langer.

 

Zorg dat als je rijdt met een aantal auto's voor jou, je veel meer afstand moet houdt dan als je achter één enkele auto rijdt.

 

Zorg dat je, als je veilig bent, je aan de snelheid houdt. Blijf niet als een bezetene doorrijden om te laten zien dat je een enthousiaste motorscooter-liefhebber bent.

 

Zorg dat je bij een stopbord een stuk voor de stopstreep stopt, zodat afslaand verkeer er makkelijk langs kan.

 

Zorg dat je bij een kruising met "haaien tanden" een stuk voor de haaien tanden stopt, zodat afslaand verkeer er makkelijk langs kan.

 

Zorg dat je motorscooter een nagenoeg constante rijsnelheid heeft. 

 

Zorg dat je met je helm altijd in het midden van je rijstrook rijdt, ook bij storm. Ook in de bochten. Vooruitkijken waar je heen wilt en kan rijden door middel van "tegensturen"

 

Zorg dat je bij het afslaan geen "gat" laat vallen zodat een andere weggebruiker naast jou kan komen staan, rijden of passeren.

 

Zorg dat je 200 meter voor een invoegstrook al weet of er ruimte is om rijstrook te wissen.

 

Zorg dat als je gaat invoegen de invoegstrook zoveel mogelijk gebruikt om rustig in te voegen.

 

Zorg dat je 600 meter voor de gewenste uitrit op de autosnelweg al op de rechter rijstrook rijdt.

 

Zorg dat je 300 meter voor de gewenste uitrit op de autosnelweg al gekeken hebt en daarna richting hebt aangegeven.

 

Zorg dat je 30 meter voor de gewenste uitrit op de autosnelweg nog een keer hebt gekeken of je af kan slaan.

 

Zorg dat je bij het nemen van de afrit op de autosnelweg geen "gat" laat vallen zodat een andere weggebruiker achter jou al eerder de afrit heeft kunnen nemen.

 

 

RIJSTROOK WISSELEN

 

Houd je snelheid tenminste constant als je rijstrook wilt wisselen. 

 

Zorg dat je met ver vooruitkijken kan voorspellen wat er gaat gebeuren, zodat je jouw snelheid zoveel mogelijk constant houdt. Wil je de snelheid verlagen, kijk eerst in je spiegels of je wel de snelheid kan verlagen, anders wissel je van rijstrook.

 

Bij rijstrook wisselen, blijf in je rijstrook rijden nadat je richting hebt aangeven. Kijk heel relaxed het nog een keer om je heen, terwijl je nog steeds richting aangeeft, of je echt rijstrook kan wisselen. Als het echt veilig is wissel dan van rijstrook! Kan je niet van rijstrook wisselen, zet dan direct de richtingaanwijzer uit. Als je rijstrook kan wisselen, doe het met wat gas er bij. Zo maak je meer afstand met het verkeer achter je.

Houd er ook rekening mee dat anderen jouw richtingaanwijzer niet zien knipperen. Zeker als de zon schijnt of als je remlichten branden. De knipperlichten zijn klein en zitten achter op de motorscooter dicht bij elkaar. Op afstand ziet men niet snel dat je richting aangeeft.

 

 

Als je meerdere rijstroken wilt wisselen, doe het rijstrook voor rijstrook. Je hebt meer zicht op wat er van achteren aankomt. Je bent ook voorspelbaarder voor andere weggebruikers. Kortom: het is veiliger. 

 

Bij het invoegen zoveel mogelijk de invoegstrook benutten. Je kan meer snelheid maken en je hebt meer tijd om te kijken of je echt kan rijstrook wisselen.  

 

 

Zorg dat je rijstrook voor rijstrook wisselt, dus niet in één keer meerdere rijstroken wisselen.

 Zorg dat je in het midden van je rijstrook blijft rijden als je rijstrook wilt gaan wisselen. Niet stiekem naar de onderbroken streeplijn toegaan. Een ander naast jou kan denken dat je al van rijstrook wisselt en gelijk naast jou komt te rijden. Terwijl jij niet eens zeker weet of je wel van rijstrook kan wisselen. 

 

Zorg er voor als je rijstrook wisselt dat je niet direct na het richting aangeven van rijstrook wisselt maar pas na de tweede keer kijken of je wel echt kan. Bij twee keer kijken zie je snelheid(verschil) en weet je beter of je rijstrook kan wisselen. En anderen, die jij niet hebt kunnen zien, hebben dan nog tijd om op jou te reageren.

 

Zorg dat je snelheid constant blijft, en zeker als je van rijstrook wisselt.

 

 

REMMEN:

 

Bij het remmen gebruik je de voor- en achterrem nagenoeg gelijktijdig.

 

In principe rem je niet in een bocht. Of je hebt niet goed opgelet op je snelheid. Of de bocht te laat gezien. Beide voorbeelden vallen onder gebrek aan verkeersinzicht.

 

Houd afstand tijdens het rijden en bij het stilstaan in het verkeer. Dat geeft je meer tijd en ruimte om te remmen of uit te wijken.

 

Vermeid dat  je “op de motorscooter” afremt zonder de remmen te gebruiken. Remmen doe je met de remmen. Hierdoor gaan de remlichten branden en ben je duidelijk voor het verkeer achter je. Je bent namelijk op de motorscooter erg smal. Ze kijken makkelijk langs je heen. Verkeer wat achter jou rijdt ziet het anders niet zo snel dat je langzamer gaat rijden. Dus de veilige afstand achter jou verdwijnt dan.

Zorg dat je vóór de bocht remt en niet in de bocht.

 

Zorg dat je remt met voor- en achterrem tijdens de cbr-examens.

 

Zorg dat je niet alleen op de motor afremt. Men ziet geen remlicht branden. Anderen merken dan te laat dat je langzamer rijdt. Dus als je gas terug neemt en er rijdt iemand achter jou, neem gas terug en gebruik heel zachtjes de voorrem zodat het remlicht gaat branden.

 

Zorg ervoor als je bij hoge snelheid bewust langzamer wilt gaan rijden dat je, indien nodig, een attentie signaal geeft door zachtjes in de voorrem te knijpen. Zodat andere weggebruikers, die met andere dingen bezig zijn, jouw gewenste motorscooter-rijgedrag gemakkelijker kunnen herkennen.

 

 

ROTONDE:

 

Zorg dat je op een rotonde met 2 rijstroken bij rechtsaf de buitenste rijstrook neemt .

 

Zorg dat je op een rotonde met 2 rijstroken bij halfrond de buitenste rijstrook neemt .

 

Zorg dat je op een rotonde met 2 rijstroken bij linksaf de binnenste rijstrook neemt .

 

Zorg dat je een rotonde rustig nadert en rekening houdt dat er verkeer van links en rechts kan komen (fietsers, snorfietsers, bromfietsen).

 

 

BOCHTEN:

 

Zorg dat je bij een bocht vroeg kijkt hoe de bocht loopt, je snelheid hebt aangepast. Je stuurt niet te vroeg, anders snijd je de bocht af. Je stuurt pas in de bocht zodat je met je helm in het midden van je rijstrook blijft. Komt direct nog een bocht aan, verhoog dan je snelheid niet. Als je bij het einde van de bocht het rechte stuk weg ziet aankomen dan geef je gas! Accelereer de bocht uit. Dat is veilig. Dan maak je afstand met het verkeer achter je.

 

Zorg, als je wilt afslaan, dat je al een eind voor de kruising het verkeer rondom jou heb gezien. En tijdig richting aangeeft om te laten zien wat je van plan bent te gaan doen. Durf vroeg snelheid te verminderen. Zorg dat het verkeer achter jou ook langzaam moet rijden. Want als je plotseling moet remmen dan kan er niets ernstig gebeuren. Voordat je afslaat heb je meerdere keren gekeken of je kan. Dus niet vlak voor de bocht nog een keer kijken. Je hebt toch zelf gekeken, dus weet je of het kan. Als je de bocht gaat maken dan alleen maar kijken naar waar je heen wilt, kan en mag. En dan de bocht uit accelereren.

 

Zorg dat je in een bocht niet van rijstrook gaat wisselen.

 

Zorg ervoor als je rijdt op een smalle weg buiten de bebouwde kom zonder ander verkeer, je een bocht naar rechts aan de linker kant begint, maar aan het einde van de bocht aan de rechterkant eindigt.  Dit heet "Hoog in, laag uit”.

 

Zorg ervoor dat je na het afslaan bij een kruising in de rijstrook voor rechtdoor uitkomt.

 

Zorg dat als je in de linker rijstrook begint met afslaan, je weer in de linker rijstrook voor rechtdoor uitkomt.

 

Zorg dat als je in de rechter rijstrook  begint met afslaan, je weer in de rechter rijstrook voor rechtdoor uitkomt.

 

Zorg dat je met je helm altijd in het midden van je rijstrook rijdt, ook in bochten.

 

 

=====================================================================================================

De getoonde teksten zijn een korte samenvatting van de uitleg die tijdens de rijlessen bij verkeersschool HIPPE.NL worden gegeven. Deze teksten dienen als “reminder” voor de leerlingen van verkeersschool HIPPE.NL. Er kunnen dus geen rechten worden ontleend aan het verkeerd begrijpen van de teksten, eventuele tekst fouten, of afwijkende plaatselijke situaties en/of gewoontes. 

=====================================================================================================


Staat er iets abusievelijk iets niet of verkeerd vermeld? Is er een dode link? Stuur een mail naar mail@multidrive.com met de fout en de vermelding "op de site hippe.nl/rijexamentips motorscooter”.