LESPLAN MOTORSCOOTER-RIJLES


 

FASE 1: PROEFLES 

 

IN VERKEERSLUWGEBIED VEILIG MET DE BASIS VAARDIGHEDEN TOEPASSEN OP DE MOTORSCOOTER

 

Motorkleding en bescherming 

Lopen met de motorscooter

Motorscooter op de standaard zetten en er van af halen

Op- en afstappen op en van de motorscooter

Starten en uitzetten van de motorscooter

Noodschakelaar bedienen

Richtingaanwijzer bedienen

Remtechniek 

Gedoseerd gasgeven

Kijktechniek

Stuurtechniek

Plaats op de weg

Veiligheid creëren

Stoppen met de motorscooter, motoruitzetten, op de standaard zetten en op slot zetten en handelingen controleren.

Communicatie / instructie: duidelijke afspraken rijgedrag en opvolgen instructies d.m.v. handgebaren of portofoon

Na bespreking proefles

Uitleg lestijden, lesprijzen en lesovereenkomst en juridische afspraken.

 

 

FASE 2: DE BIJZONDERE VERRICHTINGEN EN BASIS HANDELINGEN OP DE OPENBARE WEG MET DE MOTORSCOOTER

 

- HERHALING ONDERWERPEN PROEFLES + VOERTUIG BEHEERSING (DE BIJZONDERE VERRICHTINGEN)

 

Achteruit Parkeren

Langzamen Slalom

Wegrijden Uit Parkeervak

Denkbeeldige Acht

Stapvoets Rechtdoor Rijden

Halve Draai (Linksom En Rechtsom)

Uitwijkoefening

Snelle Slalom

Vertragingsoefening

Noodstop

Precisiestop

Stopproef

 

 

-BASIS HANDELINGEN OP DE OPENBARE WEG

Plaats op de weg met de motorscooter in diverse situaties

Ruimtekussen / veiligheid creëren voor je zelf in diverse situaties

Afslaan

Rotondes

Rijstrookwisselen

In- en uitvoegen

Dijkweg rijden

 

 

FASE 3: VERKEERSDEELNEMING

 

DE VOLGENDE ITEMS KUNNEN UITVOEREN ONDER WISSELENDE VERKEERS- EN WEERSOMSTANDIGHEDEN: 

 

-VEILIGHEID:

Motorscooter van de standaard halen en daarna opstappen met de juiste kijktechniek. Been over het zadel heen.

De motorscooter pas starten na opdracht van instructeur. Starten zonder gas te geven en daarna motor stationair laten lopen.

Motoruitzetten zodra de motor niet meet nodig is. Dus bij lopen met de motorscooter.

Rustig optrekken, afremmen, en bij rijstrookwisselen niet haasten.

Ruimte creëren, niets voor je, niets naast je, niets achter je. Dus goede plaats op de weg innemen.

Op en afstappen van de motorscooter door je been over het zadel te zwaaien.

Starten als je de opdracht heb gekregen.

Bij wegrijden na opdracht van instructeur zelf controleren dat het veilig is. Zorg er voor dat er niemand voor, achter of naast je komt.

Wegrijden van uit stilstand direct naar links of naar rechts met motorscooter over laten hellen naar de gewenste richting en voet op de grond aan zijde van de gewenste richting.

Zelfstandig, vlot, veilig en besluitvaardig rijden.

Gebruik van acceleratie en wendbaarheid van de motorscooter om je kwetsbaarheid en slecht zichtbaarheid op te lossen.

Juist gebruik van richtingaanwijzers, remlichten en waarschuwingsknipperlichten als communicatiemiddel voor andere weggebruikers.

Attitude, de juiste houding en mentaliteit bij verkeersdeelname

Motorkleding voor zichtbaarheid en comfort en bescherming.

Zorgen voor een vlotte doorstroming van het verkeer.

Goede voertuigbeheersing, zowel bij stapvoets rijden als bij hogere snelheden, als bij het wegrijden op een helling.

Sociaal rijgedrag.

Verkeersinzicht, zorg voor ruimte om je heen. Zorg voor afstand. Niemand voor je, achter je of naast je. Ruimtekussen creëren.

Zover het kan, niet naast blokmarkering rijden. 

 

-MILIEU:

Keuze mobiliteit, auto, motorscooter, fiets, openbaar vervoer.

Gebruik motorscooter, motor uit zodra niet verder gereden hoeft of kan worden bij opstopping, spoorwegovergang of brug. En zeker geen broem, broem.

 

-GASGEVEN:

Gedoceerd gas geven bij wegrijden en snelheid verminderen.

 

-STUURTECHNIEK: 

Countersteering, zitpositie op de motorscooter,

Sturen met de heupen

 

-REMMEN:

Remtechniek: kijken, gas dicht, opnieuw aanleggen, remmen van zachtjes naar hard en dan weer zachtjes.stop: kijken, gas dicht, opnieuw aanleggen, remmen van zachtjes naar hard.

Juiste plaats op de weg waar je mag remmen, o.a. een eind voor de bocht, rotonde of kruising. Einde uitvoegstrook.

 

-PLAATS OP DE WEG:

Iets links van het midden in de de rijstrook, iets links van de pijlen op de grondvoor rechtdoor en linksaf, niet over putdeksels, vermijd snelheidsdrempels, rij in het midden van de weg bij een wegversmalling, niet over witte vlakken op de weg, vooral bij VOP’s en haaientanden. Ook tijdens het stilstaan, bij het afslaan voor een kruising, invoegstroken en uitvoegstroken, bij voetgangersoversteekplaatsen.

Bij het rijden van een smalle scherpe bocht met een heg zoveel mogelijk rechts rijden.

Zichthalen bij een scherpe bocht naar rechts met slecht zicht.

Smalle wegen bocht naar rechts, zicht halen en gelijk naar rechts voordat er iets aankomt.

Over een dijk rijden in een bocht naar rechts, rechts blijven rijden. In een bocht naar links, links blijven rijden. Gebruikmaken van de positieve wegverkanting. Bij rechtdoor rijden op het hoogste punt van de dijkweg rijden. Bij goed uitzicht op een dijkweggetje mag je “hoog in en laag uit” rijden.

Ruimtekussen creëren. Niemand voor je , achter je of naast je. Afstand houden van ander verkeer.

Bij rotondes en verkeerspleinen zonder pijlen op de grond, bij rechts afslaan de rechter rijstrook nemen. 

Bij rotondes en verkeerspleinen zonder pijlen op de grond, bij rechtdoor de rechter rijstrook nemen.

Bij rotondes en verkeerspleinen zonder pijlen op de grond, bij links afslaan de linker rijstrook nemen.

 

-BOCHT MAKEN:

Kleine bochtjes met beperkte snelheid met gas, achterrem met afschuinen motorscooter.

Hele kleine bochtjes vanuit stilstand wegrijden naar links of rechts met afschuinen, kijken en stuur naar gewenste richting met gasgeven.

Grotere bochten (4 K’s techniek) klik hier

Zitpositie op de motorscooter

Countersteering

 

-CONTROLEVRAGEN MOTORSCOOTER: klik hier

 

-STOP OPDRACHT:

Je kan binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom een stopopdracht krijgen.

 

-KIJKTECHNIEK:

Bij diverse situaties bij rechtdoor rijden, kruisingen, kruisingen met verkeerslichten, afslaan, rijstrookwisselen, snelheid veranderen. kleine bochten, grote bochten, dijkwegen, landweggetjes, rotondes, bij invoegen en uitvoegen, voetgangersoversteekplaats, bij diverse situaties

 

-VERKEERSDEELNEMING:

Het rijden onder verschillende weers- en verkeersomstandigheden in het examengebied

Stopopdracht (binnen en buiten de bebouwde kom)

 

-VOORRANGVERLENEN / VRIJE DOORGANG VERLENEN:

Op gelijkwaardige kruisingen, voorrangskruisingen, voorrangsrotondes, verkeerspleinen, invoegen of uitvoegen, wegversmalling, inrit inrijden, uitrit verlaten, bij afslaan bij een kruising, 

 

-ZELFSTANDIG RIJDEN:

Als er niets gezegd wordt rij je rechtdoor. Tenzij borden (afbuigende voorrangskruising), verkeerssituaties of aanwijzingen van een verkeersregelaar wat anders aangeeft. Krijg je te horen “borden volgen….” dan blijf je doorrijden tot je weer een bord ziet met die (plaats)naam. Krijg je twee instructies tegelijk, houd rekening met je positie op de weg. En er is een taalkundig verschil tussen eerste en eerste gelegenheid! Doodlopende wegen rijden we niet in. Ook wegen met een gesloten verklaring voor motoren of voor een bepaalde tijd rijden we niet in.

 

-RICHTING AANGEVEN: 

Op kruisingen, op afbuigende voorrangswegen, verlaten op oprijden van de autosnelweg, stoppen, wegrijden, rijstrook wisselen,  

 

-ROTONDES / VERKEERSPLEINEN (2 of meerdere rijstroken)

 

-SNELHEID 

Autosnelweg, autoweg, buiten de bebouwde kom, binnen de bebouwde kom, in een erf, in een 30 km/uur zone. Snelheid altijd aanpassen aan de weersgesteldheid, verkeersdrukte, wegsituaties, voertuig eigenschappen, lichamelijke gesteldheid bestuurder, 

 

-INSTRUCTIES 

Pas starten als je de instructie heb gekregen van de instructeur.

Weg rijden op een vlotte en veilige manier als je de instructie heb gekregen van de instructeur. Behalve bij een stopopdracht. Dan bepaal je zelf het moment van wegrijden. 

Hoor je geen (nieuwe) instructie dan blijf je gewoon de weg volgen. Heb je twijfels dan tik je met je linker hand tegen je helm. Dan herhaald de instructeur de instructie. Hoor je dan nog steeds niets dan zoek je zelf een veilige plaats om te stoppen. Kan je geen keuze maken, kijk dan in de spiegels naar de knipperlichten van de instructeur die achter jou rijdt.

Krijg je twee instructies tegelijk, houd er dan rekening mee dat hier iets mee wordt bedoelt. Misschien moet je rekening houden met je positie op de weg. 

 

 

 

ZIE OOK:

 

RIJPROCEDURE MOTORSCOOTER

 

BIJZONDERE VERRICHTINGEN MOTORSCOOTER

 

CONTROLEVRAGEN MOTORSCOOTER

 

EXAMENROUTES MOTORSCOOTER

 

NAVIGATIE / ZELFSTANDIG RIJDEN

 

MOTORSCOOTER-RIJEXAMEN

 

RIJ-EXAMENTIPS MOTORSCOOTER

 

INSTINKERS

 

STUREN MOTORSCOOTER

 

BOCHTEN MAKEN MET MOTORSCOOTER


Staat er iets abusievelijk niet of verkeerd vermeld? Is er een dode link? Stuur een mail naar mail@multidrive.com met de fout en de vermelding "op de site hippe.nl / rijexamentraining motorscooter / lesplan motorscooter-rijles”.